Pieter schuift aan bij Bertus van ‘t Westeinde

verzamelaar/eigenaar van oude bedrijfsmotoren. Bertus heeft bijna zijn hele verzameling in bruikleen gegeven aan SIEMei (Stichting Industrieel Erfgoed Meierij), gelegen op de Noordkade in Veghel. Zijn motoren zijn nu voor een breed publiek toegankelijk.

Intro
Bedrijfsmotoren waren vroeger log, zwaar en groot van omvang. Tegelijk waren ze bij goed onderhoud onverslijtbaar. Nu zijn aandrijfmechanismen zo klein mogelijk, ze moeten niet teveel ruimte innemen en niet teveel energie kosten en toch veel pk’s leveren. En….vervuiling is ook uit den boze.Tijd om eens bij te praten met Bertus van ‘t Westeinde over zijn liefde voor oude motoren en zijn beweegredenen om ze te stallen bij Museum SIEMei.

Bertus, stel je even voor
Ik ben bijna 90 jaar oud. Mijn wieg stond op Zuid-Beveland en tot 1940 ben ik daar opgegroeid. De lagere school is mijn enige officiële onderwijs, maar ik heb in de loop der jaren veel op eigen kracht en door ervaring geleerd. Na onze verhuizing naar Oosterbeek, ben ik bij de Arbeits Einzatz in Dortmund verplicht te werk gesteld. Ik ben daar gelukkig op tijd weggekomen. Toen heb ik me gemeld voor de Ondergrondse en zodoende kwam ik in Mariaheide op Knipperdul terecht en ontmoette daar mijn latere vrouw Johanna Vissers. Zij is 20 jaar geleden overleden, we waren 44 jaar getrouwd. Samen hadden we 4 kinderen.

IMG_1242Ik heb gewerkt in Boxtel in een weverij, bij van Haaren Electro in Veghel en daarna bij de CHV. Mijn werkterrein was heel Brabant, ik kwam bij boeren voor onderhoud en reparaties van (melk-)machines. Daarom ken ik veel mensen en ik weet ik overal de weg te vinden. Helaas kreeg ik van het zware werk en veel overuren rugklachten. Op mijn 52e werd ik afgekeurd.

Wanneer ben je met het motorenvirus besmet?
Het begon met een oude dorsmotor. Geleidelijk aan ontmoette ik andere verzamelaars en sleutelaars. En zoals elk virus . . . dat ronkende motorengeluid verspreidde zich snel. Via oude werkcontacten kreeg of kocht ik motoren, knapte ze op en probeerde ze weer aan de praat te krijgen. Ik heb een documentatiemap aangelegd met gegevens over: merk, pk’s, toerental. Het is moeilijk originele onderdelen te krijgen, soms moet ik ze zelf in mijn werkplaats achter mijn huis namaken. Dat vergt veel ambachtskunst in fijn metaal en heel veel tijd. Via onze club KLW=Klassieke Landbouw Werktuigen wisselen we kennis en ervaring uit. Ons clubblad “De Uitlaat” helpt daarbij.

Ben je zelf een techneut?
Jazeker, eerst vooral elektro, maar steeds meer allround. Door ervaring en contacten leer je steeds bij. Ik heb wel een jaar gewerkt aan een miniatuur- stoommachine. Mooi om te doen! Kijk hier in de huiskamer staan nog enkele miniaturen, elk schroefje heb ik in mijn werkplaats gemaakt.

Je hebt veel van je verzameling uitgeleend aan SIEMei. Ben je afscheid aan het nemen?
Dat uitlenen klopt. Nu komen ze beter tot hun recht als bij mij in een overvolle schuur. Maar afscheid . . . nee! Ik kom wel twee keer per week in het museum en zorg dat het typische knallend en puffend motorengeluid te horen blijft. Ik hoop dat nog lang te doen.

Wat vind je van het museum?
Interessant en het is goed om de historie levend te houden. Een excursie is een soort jaren ‘20/’30-geschiedenis van: machines, motoren,pijpen,telefoons,werktuigen en nog veel meer. Jammer dat het mooie, oude vakwerk plaats heeft gemaakt voor massaproductie. Maar ja . . . tijden veranderen. Maar . . . deze machines hebben een bijna oneindige levensduur, mits goed onderhouden. Dat is ook de reden waarom ze in Afrika zo gewild zijn. Daar kom je deze oude bonken nog overal tegen.”

Tot slot
Bertus is een bescheiden en voorzichtig man. Hij wil vooral niet opschepperig overkomen. In Bertus ontmoette uw reporter een vlotte prater, een bevlogen ambachtsman, die nog elke dag geniet van het leven en van zijn hobby.
.

[fbphotos id=502767296502919 size=small limit = 15]

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *